Thursday, 19 February 2009

Wind en het Nederlandse onderbewustzijn

Ik hoor het de laatste tijd vaak: Nederland loopt achter als het gaat om opwekking van windenergie. Nog geen 3% van de Nederlandse energie wordt met windkracht geproduceerd. In vergelijking met koploper Denemarken (20%) slaat Nederland een bedroevend figuur. Van alle duurzame energie die in Nederland wordt opgewekt komt het leeuwenaandeel (30%) van windturbines, dat dan weer wel. En dat percentage groeit momenteel hard. Als straks de nieuwe offshore windparken in bedrijf zijn zal het plaatje er wel weer wat beter eruitzien.

Over percentages en proporties gesproken: Er wordt disproportioneel veel over windenergie gepraat. Iedereen lijkt er wel een mening over te hebben. De kenner praat liefdevol over Lagerweytjes en het zelfleveringsmodel, de vogelaar over de impact van offshore windmolenparks op de vogeltrek. Progressieve stedelingen willen hippe kleine molens op hun dak ook al leveren deze nauwelijks stroom; natuurliefhebbers klagen over horizonvervuiling, bewoners over geluidsoverlast en slagschaduw.
Ik hoor verhoudingsgewijs veel minder over zonnepanelen, waterkrachtcentrales, warmtepompen, warmtekrachtkoppeling of vergistingsinstallaties.